Persoonlijk zienerschap
Niemand heeft de wijsheid in pacht, maar ieder van ons heeft wel zijn eigen 'aspect' ervan in eigendom! Dit 'aspect' (letterlijk: manier van kijken) is ons persoonlijke 'zienerschap'; onze ruimere subjectiviteit, die een unieke visie vertegenwoordigt op de werkelijkheid, waarin wij ons bevinden. Om dat zienerschap in onszelf te ontwikkelen, moeten we onze subjectiviteit uitbreiden in de diepte van ons evolutionaire bewustzijn. Dat doen we in ons ontwikkelingstraject stap voor stap, aan de hand van de volgend onderwerpen:
1. LEVEN IN HET MASKER (de buitenkant van de werkelijkheid)
Het gezicht van de werkelijkheid, en de verwondering van het gezonde verstand. Onze hang naar 'objectiviteit'. De verdwaling van het systemische, het zichzelf in stand houdende. Het 'gezeur' van symptomen. Wat klopt er, als het klopt? Ruimte en vorm, de dubbelen vortex. Beleving: verstand en natuur, plek en lading => inhoud.
2. DE ONTWIKKELING VAN SUBJECTIVITEIT
De meerwaarde van subjectiviteit. Betekenis en identiteit, het samenvallen met jezelf. Het metaforische, en de omkering van buiten- en binnenwereld. Je metaforische kern / - kwaliteit. Betekenisverlening als weg naar contact. Je metaforische vermogens. Luisteren. De gunnende ruimte. De tijdgeest.
3. ROL EN PLEK IN ONZE OMGEVING
Het holografische karakter van de werkelijkheid. Samenloop en samenhang, Historie en histologie, spiegeling en adres. Je rol en je plek. 'Aspectualiteit'. Het levensweefsel en de ziel. Metaforische genezing, het 'heel' maken van het verhaal.
4. STRATEGISCHE ONTPLOOIING
Stilstaan of stappen nemen. Serieus nemen, als het 'bouwen van series'. Rituele betekenisontwikkeling. 'Ritus en rivus', bedding en stroom. Het juiste tempo. In fase zijn. De cycli van het leven. Kringen van betekenis. Een gunnend veld. Wisselwerking en wederkerigheid.

Op de vier fasen van het ontwikkelen van betekenend perspectief volgen drie fasen van de integratie van evolutionair bewustzijn in ons dagelijks leven.
5. ZIENERSCHAP
De 'niet-hiërarchische hiërarchie' van zoeker, ziener en duider. Kwalitatieve intelligentie. Het staan voor je zienerschap. Het principe van inwijding. Het integreren van terugkoppeling. Feedback als kalibratie (fijn-afstemming). Integriteit en ontvankelijkheid. De magie van 'niet-wetenschap'.
6. DIALOGISCHE REFERENTIE
Het integreren van betekenisontwikkeling (ontplooiing) in je systeem. Het onderscheid van kwantitatieve en kwalitatieve elementen, en hun verbinding. van professionaliteit naar meta-professionaliteit. Het creëren van dialogisch perspectief. Realisatiebewustzijn en evolutionaire potentialiteit.
7. VERBINDEND LEIDERSCHAP
Omgaan met coherentie in een gedifferentieerd landschap. Lading en inhoud => visie. Het ontwikkelen van draag-vermogen, en het vermogen je te láten dragen. Integriteit als integratievermogen. Deelnemen en deelgeven. Kritisch vermogen. Liefde als ambacht.
Dit ontwikkelingstraject is geen kennisoverdracht, en behelst geen afgerond concept. Eigenlijk bestaat het alleen maar uit een 'opzet voor dialoog', als basis voor een ontwikkelingsproces. Het is ook niet iets wat je af kunt ronden met een diploma, maar meer een doorgaand proces, al zijn er wel punten van markering en verzelfstandiging. Maar die ontstaan, zoals zelfs deze opzet onderhevig is aan evolutie.