De kwantumfysica van het denken
Inleiding
Het feit dat wij mensen een bewustzijn hebben, los van ons denken, stelt ons in staat om naar ons eigen denken te kijken en dat te onderzoeken. Die ??bewegingsvrijheid ten opzichte van ons denken?? noemen we autonomie, of proprioceptie (letterlijk: eigen-neming).
Die autonomie, die vrijheid van ons zelf ten opzichte van ons denken, wil echter nog wel eens tegenvallen. Want we kunnen dan wel kijken náár ons denken, maar we kunnen dat ook alleen maar vanúit ons denken. We kunnen immers alleen maar herkennen, wat we in ons denken al ??kennen??! Vandaar, dat we toch vaak vast blijven zitten aan ons denken, zelfs wannéér we er naar ??kijken??. Want kijken en denken zijn in wezen één (circulaire) beweging!
Denken is iets, wat zich voltrekt in patronen. Die patronen vormen zich vanuit onze ervaring, uit onze wisselwerking van stimulus en respons; en ze slijpen zich in door herhaling. Ze vormen óns antwoord op de prikkels van het leven, ónze manier om met de dingen om te gaan. Ze zijn deels meegekregen, deels (individueel) gevormd in de loop van ons leven. Ze vormen ons ??programma?? - maar anders dan een computer zou de mens in staat moeten zijn zich van dat ??programma?? los te maken om ernaar te kijken, het te onderzoeken en er invloed op uit te oefenen - wanneer hij maar de bereidheid, en het ??zelfbesef?? zou ontwikkelen om dat te doen. Want daartoe bezit hij het gereedschap van zijn intelligentie!
Intelligentie
Wat is dat eigenlijk, onze intelligentie? Het woord komt van het Latijnse inter legere, wat letterlijk betekent: ertussen lezen. ??Lezen?? tussen ons denken en ons ervaren verschaft ons de mogelijkheid ze te onderscheiden. Dat vermogen danken we aan de ontwikkeling van de taal. Met de taal zetten we onze gedachten om in woorden; en dat stelt ons in staat om afstand van ze te nemen, ze voor ons neer te zetten, ze te ??bekijken?? en te onderzoeken. Daarmee vormt de taal de essentie van ons mens-zijn: het vermogen, dingen (feiten, gebeurtenissen, gevoelens) abstract te maken. Het is de taal, die de mens tot mens maakt! Wat ons onderscheidt van dieren is niet dat we denken - dat doen dieren ook wel. En ook dieren hebben wel een soort van bewustzijn. Maar wat de dieren níet hebben (voor zover wij weten - we hebben het tenminste nooit kunnen vaststellen) is een abstracte taal, en daarmee ook niet de mogelijkheid om denken en ervaren van elkaar te onderscheiden.
Veel van dat onderscheiden van denken en ervaren doen we onbewust: we gebruiken onze intelligentie om ??helder?? te denken. Maar soms is ??helder denken?? niet meer genoeg; dan moeten we ??tot bezinning komen??: moeten we ons bewust bezig gaan houden met dat onderscheid, bijv. omdat we vast draaien in ons denken, of omdat onze eigenheid onvoldoende wordt. ??Bezinning?? is dan: ín dat onderscheiden van denken en ervaren op zoek gaan naar het bewustzijn zélf, om onze ??eigen-neming?? daarvan te vergroten.
Al ons denken is een abstractie (letterlijk: aftreksel) van de werkelijkheid. De héle werkelijkheid is veel te groot voor ons om te bevatten. Die abstractie is heel persoonlijk - deels cultureel, deels individueel bepaald, vanuit onze historie, het ??weefsel?? van ons leven. De mens, die de taal ontwikkelde vanuit z??n behoefte aan communicatie (letterlijk: gemeenschappelijk maken) van z??n denken, om tot gezamenlijke actie te kunnen komen, stuit telkens weer op het persoonlijke ervan - m.n. bij de ander (het eigen denken is immers steeds de meest vertrouwde representatie van die werkelijkheid). Dat leidt tot veel onbegrip en frustratie, en heeft in de loop van de geschiedenis dan ook al vaak geleid tot inspanningen om de taal onpersoonlijker te maken. Ludwig Wittgenstein, de beroemde filosoof uit de 20e eeuw, is daarvan het bekendste voorbeeld. Als heldere denker besteedde hij z??n jonge jaren aan het preciseren van de taal; en waarover de mens dan nóg niet kon spreken, daarover moest hij maar zwijgen! Om vervolgens op latere leeftijd tot het inzicht te komen, dat de taal van de mens alleen maar persoonlijk kán zijn; en ??tastend?? tot stand komt (het ??taalspel?).
Bezinning is een ómgekeerde beweging. Ook bezinning zoekt de communicatie, maar nu juist door het bewust worden van de verschillen en het eigene daarin. Daarin zou je bezinning kunnen zien als een vorm van ??omgekeerd denken??: niet de representatie van de werkelijkheid, maar de werkelijkheid van de representatie is haar onderwerp! Bezinning richt zich minder op de kwaliteit van het denken, dan op de kwaliteit van bewustwording! En die is uiteindelijk altijd persoonlijk, want die heeft betrekking op het tasten, en de eigenheid van het individu, ook in z??n streven naar gemeenschap. Daarom zoekt ze naar reflectie op dat ??denken??; zoekt ze de gemeenschap om zich ??af te stemmen??, in een gezámenlijk aftasten van die eigenheid (dus niet: ??aan te passen??, want dat zou dan juist weer ten koste gaan van het eigene, en dus van het persoonlijke)!
Denken en voelen
Het afstemmen in een bezinningsgroep vergroot ons contact met de werkelijkheid, door het ??her-ijken?? van het werkelijkheidsgehalte van ons denken, onze ??representatie??. Om daarin onze weg te vinden moeten we ons wat nader verdiepen in wat denken eigenlijk ís. Vaak maken we een onderscheid tussen denken en voelen, als totaal verschillende en van elkaar losstaande processen. Door bezinning komen we erachter, dat dát niet zo is. Integendeel: dat wat wij ??denken?? en ??voelen?? noemen, zijn als het ware de ??schering en inslag?? van ons denken; we gebruiken ze samen, en ze bepalen elkaar. Een gedachte is samengesteld uit gevoelens, een gevoel is samengesteld uit gedachten. Ze horen beide bij de werkelijkheid van de representatie - en niet bij de werkelijkheid van ons bewustzijn - het zijn de twee kanten van onze ??waarneming??. Waarbij dat wat we ??denken?? noemen de orde of samenhang ervan vertegenwoordigt, en het ??voelen?? de lading of ??inhoud?? ervan. In de wisselwerking van samenhang en inhoud, van orde en lading, komt ons denken tot stand. Het ??denken?? is daarvan dan de ruimtelijke kant (van: ratio = verhouding), het voelen de inhoudelijke kant (van energeia = in-werking). Door ze ??in afstemming?? te brengen stellen we a.h.w. onze ??representatie?? scherper.
NB: ??Ruimte?? en ??inhoud?? zijn namelijk, volgens de inzichten van de kwantumfysica, slechts twee keerzijden van dezelfde medaille: alle materie is slechts ??samengetrokken?? ruimte (contracted space), en bijgevolg is alle ??ruimte?? slechts ??uitgerekte?? materie (abstracted matter). Wellicht is dus ons denken slechts een voortzetting van een universeel ??bewustwordingsproces??, en is alle ??denken?? daarin éigenlijk één - een dans van overeenkomst en verschil. De inzichten van de kwantumfysica lijken zeker in die richting te wijzen.
Waarnemen
Maar wie is nu die bezinnende waarnemer, dat bewustzijn, dat kijkt naar ons denken? Volgens de kwantumfysica bestaat de ??werkelijkheid, los van onze waarneming?? wellicht helemaal niet! Pas dóór de waarneming komt ze tot stand, wordt ze als het ware tevoorschijn gehaald. De kwantumfysische werkelijkheid heeft een golf / deeltje karakter: een onbepaalde ??golf?? van mogelijkheden met meer of minder waarschijnlijkheid ??realiseert zich??, door de waarneming, tot een ??deeltje??, met een bepaald (meetbaar) karakter. Het wordt dus pas meetbaar dóór de waar-neming zelf! De waarneming en het waargenomene zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden! Dit is een groot verschil met het klassieke wereldbeeld van Descartes, die juist een scherpe scheiding aanbracht tussen de wereld van de geest en een mechanische werkelijkheid daarbuiten - de manier waarop we nog steeds geneigd zijn te kijken. En het is ook moeilijk te bevatten - want wiens waarneming ??telt?? er dan eigenlijk?
Of is dit eens te meer een aanwijzing in de richting van één universeel denkproces, waarvan wij allemaal alleen maar ??aspecten?? (letterlijk: aankijkers) zijn? En de waarnemer niemand anders dan het proces zélf - het ??aan het licht?? komen?
Dat wordt ons duidelijk in de bezinningsgroep. Door te luisteren naar de ander, die ánders denkt dan ik, wordt op een gegeven moment míjn interesse (letterlijk: tussen-zijn) gewekt! En opeens voel ik, dat ik lééf! Ik kom a.h.w. úit de wereld van mijn denken, ín de wereld van mijn bewustzijn. Ik herken iets in de ander, wat anders is dan ik - wat ík dus niet ken. Dat is iets wat niet mogelijk zou zijn als er niet al een verbinding was! Al hebben we het zelf niet op die manier gerealiseerd, we herkennen het verhaal van de ander, omdat het een ander ??aspect?? is van ons éigen verhaal! Het ís niet ons eigen verhaal, maar het zou ons eigen verhaal kúnnen zijn - het valt binnen de wereld van onze mogelijkheden!
Hier worden we geconfronteerd met de kwantumfysische oorsprong van ons bewustzijn. De ??deeltjes?? van ons denken ??her-inneren?? zich andere ??aspecten?? van de ??golf??, waaruit ze zijn voortgekomen. En daardoor maken wij zelf (opnieuw) contact met het bewustwordingsproces van die realisatie. Het verhaal van de ander brengt ons in contact met ons éigen verhaal - niet met hoe het is geworden, maar met hoe het had kúnnen worden! En daarmee met het momentum van keuzes in ons leven, waaraan wij vaak als ??vanzelfsprekend?? voorbijgaan. Want ze zíjn vanzelfsprekend, onze keuzes: ze spreken van ons zelf! Dus vinden we in het contact met de ander ons zélf weer terug: ónze eigenheid, óns persoonlijke aspect van het universele bewustzijnsproces, waarmee we zijn verbonden. En dat brengt ons dan weer in contact met de ervaring van betekenis, van waaruit wij die persoonlijke keuzes maken.
Bewustwording
Wanneer we zover komen dat we elkaar kunnen zien als aspecten van een universeel bewustzijnsproces, komt de verwondering. Over dat we allemaal hetzelfde ??verhaal?? leven - en over hoe verschillend we dat leven! In de overeenkomst van onze verhalen uit zich de synchroniciteit (gelijktijdigheid) van onze betekenisprocessen in de tijd - dat wat wij noemen: ??de tijdgeest??.
In de verschillen tussen onze verhalen uit zich het persoonlijke van die betekenisprocessen, ons unieke aspect-zijn daarin. De kwantumfysica wijst ons de weg naar een aspectuele psychologie: een psychologie, waarin niemand van ons de wijsheid in pacht heeft, maar ieder van ons een aspect ervan in eigendom!
Gezien die persoonlijke aspectatie is het een wonder te noemen dat wij mensen überhaupt kunnen communiceren! Dat er zóveel synchroniciteit is in onze processen dat er een betekenisvolle herkenning mogelijk is. De verklaring voor die synchroniciteit lijkt te liggen in het nulpuntsveld (Engels: zeropoint field), de kwantumfysische ondergrond van ons universum, dat onze ??werkelijkheid?? van ??informatie?? voorziet, en ze daarmee ??synchroniseert??. Elk ??deeltje?? van ons universum heeft voortdurend deze ??informatie?? (letterlijk: in-vorming, de ??verbinding?? van ieder ??deeltje?? met ??het universum??) nodig om te kunnen blijven bestaan. Het ligt voor de hand om te veronderstellen, dat die ??in-formatie?? voor levende materie anders is dan voor dode materie. En gezien onze ervaring van beleving, en wat dat oplevert aan ??zingeving?? (levenslust), lijkt dat wat wij ??bewustzijn?? noemen de waarneming te zijn van deze ??informatiestroom??. (Eigenlijk zou je dus beter, in plaats van bewustzíjn, kunnen spreken van bewustwórding!)
Maar informatie wordt pas informatie wanneer ze betekenis krijgt! En die betekenis krijgt ze vanuit ons ??aspect-zijn??, de manier waarop wíj tegen ??de dingen?? aankijken. Veel van die betekenisverlening doen we onbewust, in de wisselwerking van ??voelen?? en ??denken??. Maar door afstand te nemen van onze denkprocessen ontstaat de ruimte voor ??bewustwording??, als een nieuwe ??laag?? van ??waarneming??: de ??waarnemer?? zélf! Die waarnemer kan kéuzes maken in z??n betekenisverlening, en die keuzemogelijkheid verschaft de mens zoiets als ??vrije wil??. Het bijzondere van púre informatie is namelijk, dat ze nog vrij is van waarden, omdat díe aan de ??ontvangkant?? van het informatieproces liggen. Die waarden zijn van óns - het universum zelf is geheel waardenvrij!
Dat betekent overigens niet dat we álles maar kunnen kiezen. We blijven verbonden met ons ??aspect-zijn??, met de manier waarop wíj tegen dingen aankijken; omdat we onze ??waar-neming?? nodig hebben om die informatie te kunnen ontvangen - maar we krijgen wel de mogelijkheid om die waarneming te verbreden of te verschuiven door ándere ??aspecten?? toe te laten in ons kijken, ons die eigen te maken.
En héél soms ontwikkelen we zo het vermogen, onze aspectatie te ??richten?? en ??informatie?? van het universum ??aan te trekken?? voor onze ??realisatie?? van betekenis. Al blijft natuurlijk ook ??realisatie?? een ondeelbaar tweezijdig proces, waarbij altijd evenveel ??naar binnen?? moet als er ??naar buiten?? gaat! En blijft die betekenis zélf een begripsoverstijgend iets, dat we enkel kunnen ??ervaren??!
Het ??weefsel??
Onze hersenen bevatten een persoonlijke representatie van de werkelijkheid. Dat omvat veel meer dan een beeld van dingen - het omvat een hele samenhang van dingen in ruimte, tijd en ??gewicht??.
Want wat is ??werkelijkheid???
De jongere Wittgenstein, in z??n hang naar objectivering, stelde: ??werkelijkheid?? is alles wat ??het geval is??. Maar de kwantumfysica kijkt verder. Zoals de kwantumfysicus Anton Zeilinger het uitdrukt: ??werkelijkheid?? is niet alleen alles wat het geval is, maar ook alles wat het geval zou kunnen zijn! De ??golf?? van mogelijkheden wordt a.h.w. ??opgenomen?? in alles wat zich realiseert. Zoals een ??deeltje?? een plek krijgt in de ruimte, en een lading in z??n ??massa??, zo krijgt het een plek in onze ??gedachten??, en een lading in ons ??gevoel??.
En wanneer we die lading gaan ??interpreteren?? (letterlijk: tussen-praten), merken we dat iedere lading op haar beurt weer bestaat uit een verzameling plekken. Zoals we ook elke plek kunnenontledentot een verzameling lading - en zo tot in het oneindige door. Plek en lading vormensamen het weefsel van de ??werkelijkheid??, met al z??n lagen - die wij be-leven in ons persoonlijke ??verhaal??, de uitwerking van ons persoonlijke ??aspect-zijn??!
Het ??weefsel?? van ons leven bestaat uit púre interactie. Tussen gedachten en gevoelens, door bewustwording; tussen waarneming en werkelijkheid, door beleving; tussen informatie en betekenis, door bezinning. Tussen geest en lichaam, door zelfherkenning; tussen mij en de ander, door resonantie. De ??werkelijkheid?? is een multidimensionele, eindeloze ??gelaagdheid?? van informatie, zoals David Bohm beschreef in zijn ??heelheid en de impliciete orde??. En uiteindelijk is ??werkelijkheid?? gewoon: dat wat er ??werkt??.
Het bijzondere van het mens zijn is dat wij daar ??aandeel?? in blijken te kunnen nemen, door ons te verbinden met die interactie, onze bewustwording, ons zelf. Door verantwoording te nemen, in plaats van ons te laten leiden door de automatismen van onze patronen. Die we natuurlijk anderzijds ook niet moeten minachten, want ze ondersteunen wél ons dagelijks functioneren. En daarmee scheppen ze uiteindelijk ook de ruimte om vérder te kijken - naar bewustwording, beleving en bezinning. Die patronen vormen de basisorde van ons leven - van waaruit wij ons ??verhaal?? gestalte geven!
Daarin kennen we twee sóórten van interacties: de directe (sterke) ??overéén-komst?? van de ??herkenning?? en de indirecte (zwakke) ??overéén-stemming?? van de ??resonantie??. Herkenning is de handhaver van ons ??systeem??, en resonantie is de vernieuwer ervan.
Afhankelijk van ons vertrouwen (de harmonische consistentie van ons ??systeem??) is er ruimte voor open, of alleen maar gesloten interactie. Gesloten interactie is ??hard??, de betekenis ligt vast, de beleving is opgesloten in de belevenis. Open interactie is ??zacht??, de informatie is waardenvrij, en beleving en belevenis zijn autonoom. Die gesloten interactie is daarmee erg vatbaar voor inherente patronen van onbegrip en misverstand. Maar in open interactie kan de resonantie ontstaan die ??informatie?? toevoegt aan ons ??verhaal??; vanuit de ??harmonische consistentie?? van onze ??spontis?? (letterlijk: vrije wil), de (kwantumfysische) ??stargate?? van ons bewustzijn, die ons verbindt met de wereld van de mogelijkheden.
De dialoog
De kwantumfysica voert ons van een mechanisch paradigma (wereldbeeld), naar een metaforisch paradigma (van: meta-pheroo = over-dragen). Het mechanisch paradigma gaat uit van een ??harde?? werkelijkheid, los van ónze waarneming. Het metaforisch paradigma hanteert een wederkerige wisselwerking tussen waarneming en werkelijkheid, met een ??symbolische?? (letterlijk: samentreffende) logica. Daarin loopt er een parallel tussen de ontwikkeling van de kwantumfysica en de (ongeveer gelijktijdige) ontwikkeling van de dieptepsychologie, die tot dezelfde beweging kwam vanuit psychologische invalshoek (waar de psychologie van Freud nog erg mechanisch was ontwikkelde Jung een veel meer metaforische benadering; evenals in Nederland C.J. Schuurman die, meer nog dan Jung, de nadruk legde op bewustwording en betekenisontwikkeling). De (mechanische) ??structuur?? van de psyche wordt een (organisch) ??systeem??, met een persoonlijke ??levensopdracht??, in een eigen, uniek ??verhaal??. Schuurman ontwikkelde daarin het ??zelfbezinnend groepsgesprek?? als platform om dat verhaal te laten ??weerklinken??, in z??n polariteit van egotiek en erotiek (resp. de behoefte een ??eigen weg?? te gaan, en de behoefte aan ??gemeenschap??). Zoals later de kwantumfysicus David Bohm die, na de waarneming van een vergelijkbare polariteit bij elektronen in vaste stoffen(!), begon met het opzetten van ??dialoog-groepen??, om collectief naar dat ??denken?? te ??kijken??.
In de dialoog (letterlijk: dóór de logos = ??woord??, of ??systeem??) proberen we gebruik te maken van het ??samen-denken?? om nieuwe ??informatie?? en betekenis te genereren. Want die vinden we in de (interactieve) tussenruimte - die we pas leren kennen in de wisselwerking met anderen. Maar het is een erg kwetsbaar gebied, die tussenruimte - want we kennen haar niet, maar we komen ons zelf er wel in tegen! Soms komen onze ??verbanden?? onder druk te staan; soms stuiten we op ladingen, die we niet kenden - die we niet eens kunnen thuisbrengen; veilig opgesloten als ze waren in hun ??contracted space??! En dáárin moeten wij ons dan openstellen voor betekenis, om de ??informatie?? van ??het veld?? te kunnen ontvangen! Denken, zei Karl Pribram, is actieve onzekerheid!
Je zou zo??n groep kunnen vergelijken met het ??sneeuw-ei??, dat vroeger bij oma op het dressoir stond. We kunnen alleen interactief zijn, wanneer de ??sneeuw?? in beweging is. Onze gedachten zijn ??neergeslagen?? denken, zoals onze emoties ??neergeslagen?? voelen zijn. En die beveiligen elkaar, ze houden elkaar in stand. Om onszelf ??ontvankelijk?? te maken voor ??informatie?? en betekenis moet er veiligheid zijn voor het ??open verhaal?? - interactie zonder druk of lading, omdat die leidt tot het ??neerslaan?? van gedachten en emoties. En daarin gaat de ??informatie?? en betekenis van het kwantumfysisch moment verloren. Die veiligheid creëren we door positieve intentie (plek innemen én gunnen, van positie = plek), en verliezen we door negatieve intentie (van negatie = ontkenning). Intentie (letterlijk: innerlijke neiging) vormt namelijk de draag-??golf?? voor ons verhaal, en maakt het zichtbaar in betekenis. Niet het verhaal zélf, maar het ??verhaal ín z??n intenties?? draagt die betekenis over, onze ??aspectuele?? bijdrage aan het proces! Dat pas echt kan resoneren (weerklinken) in de veiligheid van een wederkerige afstemming!
Betekenis
In de ??aspectuele dialoog?? scheppen we een ??veld?? van positieve intentie, om ons zelf in contact te brengen met betekenis. Het feit dat we ons, door de ontwikkeling van de taal, toegang hebben verschaft tot een ??hoger niveau?? van bestaan, heeft op de mensheid een geweldige impact gehad. In feite heeft het ons namelijk uit de natuur gelicht. Dat geeft soms gevoelens van heimwee en van een moeizaam contact met die natuur, die natuurlijk nog steeds meespeelt in ons systeem. Maar het gaf ons ook een níeuwe ??bestemming??, al zijn we ons daarvan lang niet altijd bewust. Want vanaf die tijd zijn we betekeniswezens geworden - altijd op zoek naar betekenis, in welke vorm dan ook! Of het nu geld is of roem, nageslacht of gewoon geluk, religie of filosofie; wij mensen jagen datgene na waarvan wij denken dat het betekenis heeft. En dat die betekenis er voor ieder anders uitziet, beseffen we maar amper. Maar dat we voor die betekenis (het contact met) ??de ander?? nodig hebben, dat hebben de meeste van ons wél door.
Onze hele maatschappij en onze economie draait om het ontwikkelen van betekenis. Zelfs onze gezondheid is ervan afhankelijk. Want betekenisverlies maakt ons ziek! En toch hebben we maar weinig aandacht voor het persoonlijke en specifieke van onze betekenisontwikkeling - wat heel vreemd is, want als we ons ??zelf?? daarin zouden kennen, zouden we veel effectiever te werk kunnen gaan. Dat geldt niet alleen voor het individu, maar voor álle menselijke verbanden - wat uiteindelijk altijd betekenisverbanden zijn! En al die menselijke verbanden hebben hun éigen betekenis.
De mens ontwikkelt z??n betekenis in ??thema' en 'systema?? (letterlijk: motief en ??samen-motief??). Ieder mens, en ieder menselijk verband, ontwikkelt zich vanuit een samenloop van factoren (letterlijk: makers), als ??aspect?? van een universeel bewustwordingsproces. Ieder ??ontstaan?? zou je daarin kunnen zien als een universele ??bewustwording?? op een bepaald thema. Dat ??thema?? is ingebouwd in het ??systema??; dat immers de sporen verzamelt van die ??factoren??, in hun ??samenloop??: onze aanleg. Misschien is het punt van ontstaan wel een onbeduidend betekenismoment, maar het markeert wel iets wezenlijks, want vanaf nu is die samenloop een ??aspect??, een manier van kijken. Een zelf!
Dat ??zelf?? kan zichzelf (z??n ??aspectualiteit??) leren kennen in de interactie met andere ??zelven??. In de interactie van de ??aspectuele dialoog?? (bewust in de bezinningsgroep, maar veel vaker onbewust in de dagelijkse interactie) kan het in aanraking komen met betekenis. En daarin het eigen ??aspect?? leren herkennen. En zo gaandeweg wellicht ook een ??spoor?? van betekenis gaan volgen, door die betekenissen respectievelijk te gaan identificeren (leren zien), te integreren (opnemen) en te individueren (te gaan leven).
Dit zijn de betekenende vermogens van het zelf: de identificatie van het 'waarnemen', in de wisselwerking tussen affiniteiten en motieven. De integratie van het verbinden, in de wisselwerking tussen ervaren en refereren. En de individuatie van het 'bestemmen', in de wisselwerking tussen intuïtie en inspiratie. Met deze betekenende vermogens ??ont-wikkelen?? we de ??thema??s?? van ons ??systeem?? - tot een ??verhaal?? van betekenis!
Ontwikkeling
Wellicht is ons universum het best te vergelijken met een gigantisch realisatieproces, om betekenis te genereren uit die kwantumzee van pure ??informatie??. Wellicht is alles wat wij waarnemen, inclusief de waarneming zelf, alleen maar te begrijpen door alles in dat licht te zien: de interactie van ruimte en vorm, de interactie van waarneming en werkelijkheid. Feit is, dat de ontdekkingen van de kwantumfysica in die richting wijzen - ontdekkingen, die niet meer weg te denken zijn uit onze menselijke samenleving. Computers, massacommunicatie, elektronica - het zou allemaal niet bestaan zonder de kwantumfysica. En dat brengt de mensheid in een totaal andere fase van ontwikkeling. Maar ook de religieuze en spirituele consequenties ervan zijn niet meer weg te denken! De nieuwste wetenschap voert ons terug naar de oudste inzichten van de mensheid op spiritueel en religieus terrein - de notie van een onderliggende spirituele werkelijkheid!
Vanuit díe notie leren we wellicht om op een andere manier naar ons leven te kijken. Wat minder gericht op ons mechanische ??functioneren??, in termen van goed en slecht, en wat meer op ons ontwikkelingsvermogen, onze generatieve kwaliteiten. Waarin er aandacht kan komen voor het belang van álle levensfases in de betekenisontwikkeling van een mens, in plaats van (zoals nu) de focus te richten op de ??productieve?? fase, en de rest alleen maar te zien in het teken dáárvan. Want dat is toch wel wat armoedig!
Die betekenisontwikkeling voltrekt zich door ons hele leven heen: we beginnen (+ de eerste 15 jaar) vanuit ontvankelijkheid, in de individuatiefase. Daarna zoeken we onze ??plek?? in het leven, in de integratiefase. Vanaf + 30 jaar bouwen we aan onze ambitie (letterlijk: rondgaan) in de maatschappij, in de identificatiefase. Om na de midlifecrisis (+ 45 jaar) dat ??ego?? te leren loslaten, in de dis-identificatiefase, voor ervaring en ??gemak??; en vanaf ons 60e, onze ??positie?? los te leren laten voor ??wijsheid?? en ??overzicht??, in de disintegratiefase. Om na ons 75e ook nog onze individualiteit leren los te laten, voor de ??bezinking?? van de disindividuatiefase.
In de ??opbouw en ontwikkeling?? van ons levensweefsel krijgt onze persoonlijke betekenisontwikkeling gestalte. Daarin dragen we bij aan het geheel van de menselijke ontwikkeling. We zouden dan ook moeten streven naar een maatschappij, waarin dit héle proces z??n plaats kan krijgen - willen we een optimale wisselwerking tussen individu en collectiviteit bereiken. En ook met onze planeet zouden we eenzelfde wederkerigheid moeten nastreven, om onze betekenisgang in optimale balans te brengen. Want die betekenisgang vormt de ??zin?? van ons menselijk bestaan!
De ??ontwikkeling?? van het ??verhaal?? van ons leven, met haar eigen ??innerlijke opdracht?? en haar eigen proces, dat is de ??drive?? van ons bestaan. En wellicht ook wel de ??drive?? van ons universum. Hoe die betekenis uiteindelijk terugkeert tot ??informatie?? voor een onderliggende spirituele werkelijkheid, weten we niet. Er zijn aanwijzingen dat zoiets gebeurt, maar over hóe dat gestalte krijgt kunnen we alleen speculeren. En dat is ook niet van belang. Van belang is dat wíj ons ??weefsel?? opbouwen en ontwikkelen, vanaf onze éigen plek, uit onze éigen samenhang, kring voor kring, van binnen naar buiten. En dat we dáártoe ons denken leren te gebruiken, zonder daar een slaaf van te blijven!
Samenvatting
De nieuwste wetenschappelijke inzichten van m.n. de kwantumfysica voeren ons terug naar de oudste wijsheden van de mensheid op spiritueel en religieus gebied - de notie van een ??spirituele?? onderliggende werkelijkheid. Volgens een metaforisch paradigma ontwikkelen zowel ons universum als ons persoonlijk leven en ons denken zich vanuit een onderliggende kwantumfysische realiteit (het nulpuntsveld), die onze werkelijkheid in stand houdt (??in-formeert??) in voortdurende interactie. Bewustzijn (bewustwording) speelt daarin een cruciale rol. En ons menselijk ??denken?? vormt daartoe ons ??voertuig??.
Het ??bewustzijn?? van de mens stelt ons in staat, ons los te maken van ons ??denken??, om dat te onderzoeken. Dat vermogen danken we aan de ontwikkeling van onze taal. Dat wat wij ??denken?? noemen is samengesteld uit denken en voelen, de schering en inslag van dat ??weefsel??. De waar-nemer is ons ??zelf??, onze innerlijke samenhang, de bewustworder van betekenis en ??informatie??. Ons ??systeem?? wordt in stand gehouden door de ??harde?? interactie van herkenning en inherentie - maar de ??zachte?? interactie van resonantie en bezinning maakt het open voor nieuwe ??informatie?? en ontwikkeling. Die ontwikkeling draait om het genereren van betekenis, in ??thema?? en ??systema??. Om tot die ontwikkeling te kunnen komen moeten we ons boven ons weefsel leren verheffen. Om die intelligentie te kunnen opbrengen, moeten we ons ??zelf?? leren kennen, in eigenheid en intentie. De mogelijkheid daartoe vinden we (o.a.) in bezinning en dialoog.
Wanneer we onszelf kunnen zien als ??aspecten?? van een universeel bewustwordingsproces, kan de ??aspectuele dialoog?? ons optillen naar een hoger niveau van informatie. Op dat hogere niveau van informatie kunnen we ons zelf ontmoeten in ??betekenis??, en wellicht zelfs een ??spoor van betekenis?? in ons leven gaan herkennen. Dat ??spoor?? kent een zestal fases, van opbouw en ontwikkeling, in een levenslang ??verhaal??. Wanneer wij in staat zijn om dat eigen ??verhaal?? te leven, in ons eigen ??spoor??(in plaats van ons erdoor te láten leven), ??ont-wikkelen?? wij die betekenis - en leveren daarmee gelijkertijd ónze bijdrage aan de totale betekenisontwikkeling van het universum!
Emmen, 7-11-2006
Johan Wieberdink
Ons bestaan is een geschenk, dat zich 'ontwikkelt' in de tijd
Daartoe heeft het ruimte nodig, en daartoe heeft het vorm nodig
En ruimte en vorm hebben elkáár nodig om te kunnen bestaan
En ruimte en vorm hebben de tijd nodig om te kunnen óntstaan